Written By Peter van der Naald. On Mar 09. In School
Tom en de poes.
Tom is klein.
Tenminste, voor zijn leeftijd. Al bijna tien jaar maar eigenlijk ziet Tom er uit alsof hij net zeven of acht is.
Hij loopt altijd met zijn grote zus naar school. En als zijn zus dat niet wil omdat er vriendinnen meelopen, dan loopt Tom een paar meter achter de meiden.
Tom zit in groep zes op school.
Een pilletje.
Voor Tom naar school gaat krijgt hij thuis een pilletje. En als ze op school eten, krijgt hij er ook één van de overblijfmevrouw, juf Rita.
Tom kan erg druk zijn. Maar het is ook vaak druk in het hoofd van Tom. Tom heeft ook zo veel waar hij aan moet denken….
Het werk op school moet af, de hut die hij nog moet maken in de boom in het bosje achter hun huis, de training van de judoclub. En elke dag is er wel weer iets anders waar Tom mee bezig moet.
En als de meester denkt dat Tom niet genoeg sommen af heeft moet hij vaak thuis het rekenen af maken. Wat natuurlijk niet leuk is. School is school en thuis is thuis, vindt Tom.
De poes.
En natuurlijk is er de poes. Thuis, waar Tom woont met zijn zus en moeder, hebben ze een poes en geen papa. Er is geen vader bij Tom thuis. Tom hééft wel een papa, maar die heeft nooit bij hun thuis gewoond.
Mama heeft wel verteld over toen papa nog bij haar woonde. Maar het was niet leuk. Toen. Papa was niet leuk. En druk in zijn hoofd. Net als Tom.
Soms gaat Tom in het weekend naar zijn vader. Maar dat is ver weg. Dan moet vader hem ophalen met de auto of hij moet met de bus. Heel lang met de bus. En dat vindt mama niet zo leuk. Te gevaarlijk zegt ze dan. Maar Tom merkt dat mama het niet leuk vindt als Tom naar papa gaat en speelgoed krijgt of zomaar ergens heen kan. Naar een speelpark of een bioscoop. Mama kan dat niet betalen zegt ze dan en is daarna verdrietig of boos op papa.
Als mama daarna papa opbelt, gaat Tom vaak naar zijn kamer.
Een luikje.
In de slaapkamerdeur van Tom zit een luikje. Als enige deur binnen in het huis heeft de deur van de slaapkamer van Tom een luikje. Voor de poes. Het andere luikje zit in de achterdeur van de bijkeuken. De poes kan dan binnen komen. Als poes ’s avonds binnen komt, gaat ze vaak eten. En loopt daarna door de gang, over de trap en over de overloop naar de kamer van Tom. En klimt dan door het luikje. Tom wordt soms wakker van de poes die op zijn bed gaat liggen.
Vaak komt de poes al als Tom nog maar net in bed ligt. En dan vertelt Tom alles wat die dag gebeurd is aan de poes.
De poes heet gewoon poes. Geen andere naam.
De mensen vinden dat Tom vaak zo druk is. In het hoofd van Tom gebeurt altijd wel iets. En wat niemand weet, is dat Tom kan praten met poes. Als Tom vertelt, is het net alsof poes luistert. En alles begrijpt.. Als poes miauwt, weet Tom altijd precies wat poes zegt. Hij kan écht praten met poes. Niet met andere katten, maar wel met poes. Poes is de beste vriend van Tom. Na zijn zus.
Ook vandaag vertelt Tom weer tegen poes. Tom ligt op zijn bed en kijkt in een boekje naar de plaatjes. Dat gaat vlugger als alles lezen want lezen wil niet zo goed.
Als Tom moe wordt en bijna in slaap valt, hoort hij poes door het luikje komen.
Poes springt op het bed van Tom.
Ruzie.
En Tom vertelt poes wat er vandaag gebeurd is.
Van vanmorgen toen ze zich bijna verslapen hadden en heel snel naar school moesten.
Van de overblijfjuf die bijna vergeten was dat Tom een pil moest hebben. En pas met zijn pilletje kwam toen Kees riep dat Tom zo druk deed bij het eten en nog geen pilletje had gehad.
Van meester Jos die een mooi verhaal had verteld over Noormannen die met boten waren gekomen en waar de mensen bang voor waren geweest.
Van de tekening die hij gemaakt had over de boten van de Noormannen.
En natuurlijk van de hut waar hij vandaag een echte raam in gemaakt heeft.
Maar Tom vertelt ook van de ruzie die hij had.
Onderweg naar school had hij ruzie gekregen met Mieke. Mieke, de vriendin van zijn zus.
Mieke zei dat ze het maar stom vond dat Tom altijd mee liep naar school.
Maar zijn zus zei dat dát zo hoorde. Tom ging altijd mee. Tom had het wel gehoord en werd kwaad. Kwaad op Mieke.
En toen ze bijna bij het schoolplein waren en door het kleine bosje met het schelpenpaadje liepen, kwam Tom maar voren en schopte Mieke tegen haar hak. Mieke viel met haar gezicht op het schelpenpaadje. En had een bloedneus. Lekker puh, dacht Tom.
Rotjongen, zei zijn zus. Alweer ruzie. Tom was weggerend. Maar toen ze op school waren moest Tom naar binnen van de juf van groep 7. Omdat hij Mieke had laten struikelen. Maar, hij was toch niet gevallen. Daar kon Tom toch niks aan doen.
Zuchtend was Tom in de klas gaan zitten lezen. Altijd hetzelfde verhaal. Hij was altijd overal de schuld van.
En nu, nu had hij het verteld tegen de poes. De poes had miauw gezegd en Tom wist dat poes het had begrepen. Misschien kreeg de poes in de poezenwereld ook wel atijd de schuld als er iets gebeurde….
En toen was Tom in slaap gevallen.
Morgen is er weer een dag. En andere dag. Een nieuwe dag.












Mooi verhaal! En verteld vanuit het gezichtspunt van een kind dat retalin krijgt om rustig te zijn. ADHD; melkkoe van de farmaceutische industrie!
Wel 1 opmerking: Ik neem aan dat je de zinnen met opzet zo kort hebt gehouden?