Vakjargon en moeilijke woorden.

Interactief voorlezen en meer moeilijke begrippen.

Wiskundig rekenen, interactief voorlezen, projectmatig ingericht onderwijs, adaptief gerichte lessen en ontwikkelingsgericht lesmateriaal voor de jongsten.
Weet jij als ouder nog waar het over gaat?
Het taalgebruik op een gewone basisschool. Laten we eens even kijken.

Ouderwets duidelijk.
Vroeger was de wereld niets beter als nu. En het onderwijs zeker niet. Het was matig en was gericht op de afkomst van het kind. Alle kinderen leerden hetzelfde. De één moest er meer van onthouden en de ander kon met minder toe. En dat had vaak meer te maken met de achtergrond als met wat anders. Zoontjes van collega onderwijzers waren eigenlijk al bij voorbaat zeker van de Mulo of HBS. Dochters van artsen en gegoede middenstanders gingen dus naar de MMS en niet naar de huishoudschool. Een kwalijk systeem. Maar wel duidelijk. Met een duidelijk taalgebruik waar elke ouder toentertijd van wist wat ‘de meester’ of ‘de juf’ bedoelde.

Vroeger was alles beter?
Was het onderwijs vroeger beter? Of is het onderwijs nu beter? Ondubbelzinnig zijn we in het onderwijs er op vooruit gegaan. We weten meer, we kijken anders tegen probleemkinderen aan.
Maar we zijn ook doorgeschoten in termen en mooi doenerij. Met woorden die ‘vroeger’ alleen een psycholoog kende, worden nu kinderen getypeerd. Door niet altijd even goed opgeleide leerkrachten.

Tegenwoordig heeft bijna elke school een hele lijst van woorden waarmee kinderen ingedeeld worden in een categorie. En met die woorden die gebruikt worden om een kind in te delen, ook jouw kind wordt ingedeeld, ontstond de wildgroei aan moeilijke termen.

Vakjargon.
Het taalgebruik van de gemiddelde leerkracht is verworden tot een taaltje voor vakmensen. Want naast de bijna al gewone woorden als adhd en pdd-nos komen er steeds vaker woorden, zo lang als een hele zin, die ouders iets moeten vertellen. Die aan ouders iets moeten duidelijk maken. Maar dat meestal niet doen!

Het enige wat duidelijk wordt is vaak dat de leerkracht die woorden wel gebruikt, maar moeilijk kan uitleggen en vaak niet verder komt al wat algemene verklaringen. En jij als ouder moet dan maar snappen waar dit om gaat. En als je het niet snapt of niet écht begrijpt? Wat dan? Dan hou je je stil, zegt niets en kruipt thuis achter de computer om al die moeilijke woorden op te zoeken.
Fout!

Uitleggen is gewoonweg verplicht.
Als die leerkracht zonodig geleerde termen wil gebruiken, laat hem of haar dan tenminste de dingen die gezegd worden in fatsoenlijk, begrijpbaar Nederlands uit leggen. Je moet er niet aan denken hoe die gesprekjes gaan met ouders die zelf weinig opleiding hebben gehad of met ouders die gebrekkig Nederlands spreken.

Lees een gemiddelde schoolgids van een basisschool door en je komt tot de conclusie dat de directeur minimaal een masterdegree heeft (sorry ik kan niet anders, maar vroeger was dit een doctorandus) en dat de mensen die voor de klas staan allemaal ontwikkelingspsychologie gestudeerd hebben.
Welnu, niets is minder waar! Als ergens de zegswijze op gaat van de klok wel hebben horen luiden, maar nog steeds op zoek zijn naar de klepel, dan is het hier wel. Directeuren met extra interesse in probleemkinderen én de interne begeleiders, weten vaak wat ze moeten weten en de rest praat de termen na die de waan van de dag brengt.
Overigens, in veel ons omringende landen zijn leerkrachten op een basisschool wel degelijk universitair geschoold!

Wat moeten ouders weten?
We hebben MBD kinderen gehad (Minimal Brain Disfuction) en elke school heeft tegenwoordig wel een paar kinderen met het Aspergersyndroom en andere ‘aan het autisme verwante stoornissen” en we kennen allemaal de adhd kinderen in een groep.
Elke ouder zou tegenwoordig moeten weten van pdd-nos, adhd, add, zonnekinderen, hypergevoelige kinderen, op adaptieve leest gestoelde lessen en realistisch (reken) materiaal.
Maar natuurlijk is dit niet zo! Als ouder mag je verwachten dat de leerkracht van je kind oplettend is, goed kan uitleggen wat er wordt waargenomen en duidelijk iets kan uitleggen.
Jij hebt als ouder recht op duidelijke uitleg in gewone taal als het gaat om wat er met je kind aan de hand zou zijn.

Gezond verstand en uitleg.
Of jouw kind adhd heeft of pdd-nos kan een gemiddelde onderwijzeres niet écht vaststellen! Daar komt iets meer voor kijken! Er zijn vele soorten onderverdelingen te maken op al die verzamelbegrippen. Van een ‘eenvoudige’ term als dyslexie hebben we vele, vele onderverdelingen en is een grote mate van deskundigheid nodig om vast te stellen waarover we spreken. Om vervolgens te bekijken wat een school hiermee en hieraan kan doen.
Als we spreken over dyscalculie zou dan elke onderwijzeres weten dat dit iets te maken kan hebben met een specifieke afwijking in de zogeheten rechter pariëtaalkwab van de hersenen?

Laat je als ouder niet van de wijs brengen door de woorden en moeilijke termen. Vraag de school die dingen uit te leggen. Vraag om ouderwetse duidelijkheid. Om feiten en begrijpbare woorden.

En als een school die niet wil of kan geven, dan vraag je om een extern onderzoek. Kostenplaatje (alweer zo ‘n mooi woord) of geen kostenplaatje.

Maar andersom ook: als de school een onderzoek wil doen, zeg dan ook niet te snel ‘nee’. Maar laat wel goed uitleggen waar ze aan denken en wat er verder gaat gebeuren.

In fatsoenlijke en begrijpbare woorden.
Geen bla, bla en vakjargon waar een ouder zonder onderwijsopleiding iets van begrijpen kan.

Like This Post ?

RSS Digg Twitter StumbleUpon Delicious Technorati

There are no comments yet, add one below.

Wat vind jij? Laat een reactie achter!


Naam (required)

Mail (Wordt niet gepubliceerd) (required)

Website

Reactie