Als de dood langs komt.

Als de dood langs komt.
Kinderen in de basisschoolleeftijd zijn bezig met de dag van vandaag. Of, op zijn best, met dingen die ze in een korte tijd kunnen overzien. Ze denken na over dat reisje met de bus, met de gymclub of de voetbalvereniging. Helemaal naar de andere kant van het land. Al is het maar veertig kilometer, dat is al de andere kant van ons land. En dat doen we op zaterdag. Als je vraagt wanneer het die zaterdag is, wordt het al wat moeilijker. Kinderen zijn bezig met vandaag. En toch komt soms ook hun leventje de dood langs. Hoe moet je daar als ouder mee omgaan?

De dood is weggestopt.
Laten we eerst even kijken hoe we zélf als volwassenen omgaan met de dood. Het overlijden en alles wat daarmee samen hangt, is weggestopt. Op kerkhoven die meestal niet meer, zoals vroeger, midden in het dorp bij de kerk zijn, maar aan de rand van dorp en stad. Achter hoge heggen. Of in een tijdloos en nietszeggend mortuarium en crematorium.

We bespreken de dood pas als er aanleiding toe is en eigenlijk liever niet. De dood en wat er dan gebeurt, staat ver van onze kinderen af. Heel anders was dit in vorige eeuwen. Immers 150 jaar geleden was er altijd en in elk gezin wel een grootouder, ouder of een kind dat overleden was. En omdat iedereen naar de kerk ging, kwam men ook elke week op dat kerkhof. Menig kerkbezoek werd dan ook afgesloten met een kleine omweg langs het graf van het gestorven zusje. De kinderen kenden dit zusje meestal niet écht, maar waren wel doordrongen van zoiets als de dood. In nog langer achter ons liggende tijden was een kerkhof zelfs een plaats waar gespeeld werd (als kind) en waar men rust vond (als volwassene)!

En als.
De dood is onontkoombaar en komt soms plotseling. In het leventje van elk kind kan een moment komen dat er ‘iets’ gebeurt. Omdat de eigen ouders al minder jong waren toen hun kind kwam, komt misschien eerder in het kinderleven het moment waarop een grootouder overlijdt. Maar ook kinderen worden niet allemaal even oud en kunnen overlijden.
Een kleuter die een ernstige ziekte krijgt en binnen korte tijd er niet meer bij is. Uit eigen ervaring weet ik wat er gebeurt in een groep als dat ene stoeltje ineens leeg blijft. En nog vele jaren later in een andere fase van hun leventje weten de kinderen in die klas zich haarfijn allerlei dingen ‘van toen …. ‘ nog te herinneren. En overigens de leerkracht ook wel….

Kinderen hebben het grote vermogen zich bezig te houden met vandaag en morgen. Omdat hun hersenen nog niet in staat zijn tijd en tijdsvolgorde over langere periodes te bekijken, kan dit ook niet anders. En dat is goed zo. Het beschermt hun ook tegen al te veel vragen die antwoorden nodig hebben. Tegen te veel tegen komen waar ze niet aan toe zijn.

Maar kinderen willen wél weten. Ze hebben vragen. Ze willen antwoorden. Het mooie is dat die vragen soms maar heel gewoontjes lijken voor ons als ouders of leerkrachten. En dus met kleine antwoorden al klaar zijn. Zoals die ene leerling van zo ’n jaar of tien, die zich afvroeg of je dan als dode zo in de kuil gelegd werd en eigenlijk heel tevreden was met de antwoorden over een kist en de mooie kleren die je aan had.
Of die twee kleuters die neefjes waren en hun opa verloren. Het ene jochie kwam uit een kerkelijk gezin en meldde dat opa naar de hemel was. Het andere mannetje werd minder kerkelijk opgevoed en had thuis gehoord dat opa in een graf lag. Al wist hij niet wat dit was. En na dit even met elkaar te hebben gedeeld, werd er weer gewoon verder gespeeld.
Anders gezegd: de antwoorden die er moeten komen zijn niet de grote verhalen die volwassenen kwijt willen, maar de concrete reacties op hun vaak heel alledaagse vragen. Die vragen gaan niet over zware onderdelen van de dood, maar over wat er gebeurd is, wat er gaat gebeuren en hoe dit nu komt.

Maar toch.
Het kan ook anders en veel ingrijpender zijn voor een kind.
Als een leeftijdgenootje, een vriendje of vriendinnetje zelfs, verongelukt of zichzelf iets aandoet. Misschien wel het ergste is het als een kind dat veel gepest wordt op school en club, iets overkomt en ‘de anderen’ achter blijven met schuldgevoel.
Dan is ingrijpen nodig. Dan is dat wat bij de kinderen leeft, bespreekbaar maken, belangrijker dan wat dan ook in school en gezin.
Immers een schuldcomplex kan leiden tot grote geestelijke schade aan een kind.

Minstens zo erg als het overlijden van een klasgenoot, vriendje of ouder is het overlijden van een leerkracht. Kinderen staan heel dicht bij hun juf of meester. Ze hebben over het algemeen een goede band en zien elkaar ook nog eens vele uren per dag. Een dergelijke gebeurtenis trekt een wissel op een nog jong leventje en laat onontkoombaar sporen na.

Wil je als ouder dat je kind zonder grote schade door dergelijke toestanden heen komt dan moet je daar iets voor doen.
Geen tijd hebben, en nergens uit jezelf over beginnen zal je kind de indruk geven dat het kennelijk niet de bedoeling is dat er over gepraat wordt. Als je zélf niet zo ’n prater bent, kun je je kind natuurlijk wel laten weten dat je er altijd bent als er iets te vragen of te zeggen is.

Enkele ideeën om je kind te helpen?
Op veel scholen is een rouwverwerkingprotocol. Voor het geval…
Je zou kunnen vragen of je daar een kopie van kunt bekijken om je voordeel mee te doen. Het vertelt je hoe professionals op een school hiermee om gaan.
Je zou je kind kunnen laten tekenen of vertellen. Telkens weer. Tot het kind zelf uitgetekend is.

Om alles een plaatsje te geven in de échte zin van het woord, zou je een rouwhoekje kunnen maken. Natuurlijk niet in de kamer van je kind. Dát stukje van het huis, moet veilig voelen en niet met ‘dood’ te maken hebben.

Natuurlijk weet je of je kind een lezertje is en kun je in de bibliotheek eens rondkijken naar boekjes over rouwverwerking. Als ze thuis voor het oppakken liggen, zie je vanzelf wel of je kind dat ook wil.

In elk geval is geen kind gelijk. Denk weer even aan het gegeven voorbeeld van de opa die in de hemel was en ook in de grond lag. Voor ons als volwassenen geen groot probleem. Voor kinderen die daar heel scherp in kunnen zijn, geen tegenstelling of iets dat nader uitgelegd hoeft te worden.

Je eigen voorbereiding op omgaan met de dood?
Er is geen goede voorbereiding. De dood als fenomeen komt vaak onverwachts.
Wat dacht je van een telefoontje om jongen X even binnen te houden op school omdat zijn moeder net enkele honderden meters van het schoolgebouw en ook nog op de route naar zijn huis toe, onder een vrachtauto gekomen was. Er zijn geen boekjes die je hiertegen wapenen.

Of het kind van tien dat zijn (oudere) vader verliest en precies in het weekend waarin zijn dood een jaar geleden is en herdacht wordt, zijn moeder dood vindt. In de stoel van …..
De werkelijkheid van het leven met de dood is vaak heel ‘apart’.

Om enige hulp te geven. Kijk eens op de volgende sites:
www.rouwboeken.nl of www.oudersonline.nl

Tik in een zoekmachine op je computer gewoon ‘dood en kind’ in en je krijgt een vloedgolf van mogelijkheden. Pak er uit waarvan je denkt dat het goed past bij jouw opvoeding en jouw kind. Als het gebeurt in de privésfeer, bijvoorbeeld een neefje of nichtje, maak de dingen die spelen dan ook goed bekend op school en in de omgeving van je kind. Clubs, verenigingen.

Hoe lang omgaan met de dood duurt bij een kind? Het is een levenservaring die altijd blijft en met gezette tijden weer boven komt. Het gaat niet meer weg.

Misschien alleen een levensfacet, misschien een littekentje voor het leven. Maar hé, wie komt zonder schade door het leven heen? Misschien is dat ook een levensles die kinderen moeten leren.
Omgaan met de dood, hoort bij het leven. Jij als ouder kunt daarin een belangrijke rol spelen om er voor te zorgen dat je kind alles op een rij kan zetten en houden.

En je eigen verdriet en zorgen? Die horen bij jou en wellicht bij iemand met wie je die zorgen deelt. En dat is in elk geval nooit je kind..

Like This Post ?

RSS Digg Twitter StumbleUpon Delicious Technorati

There are no comments yet, add one below.

Wat vind jij? Laat een reactie achter!


Naam (required)

Mail (Wordt niet gepubliceerd) (required)

Website

Reactie