Labelkinderen.

Labelkinderen.
Is het je al eens opgevallen hoe vaak wij in ons land ‘iets’ onderzoeken? Bijna elke week is er wel een onderzoek of iets anders dat ons, eenvoudige mensen, iets belangwekkends komt vertellen.
Meestal zaken die je eigenlijk direct kunt vergeten. Soms een onderzoek waar je een weekje over kauwt en heel soms iets waar we best eens bij mogen stil staan. Zo hebben we nu dus de ‘labelkinderen’.

Dit keer ging het om een onderzoek naar de werkomstandigheden in een basisschoolklas waarin meerdere kinderen zitten met een probleem, zoals adhd, pdd-nos, enz. Het onderzoek werd gedaan door de vakbond CNV Onderwijs en op de tv gebracht door het NCRV programma Rondom 10. En we spreken sinds dit onderzoek over ‘labelkinderen’. Kinderen met een officieel gediagnosticeerd probleem.

Labelkinderen zijn dus kinderen waar officieel van is vastgesteld dat er iets mee is. Ze hebben adhd, pdd-nos, pdd zonder nos, Asperger of iets anders. In hun rugzakje zit ergens een labeltje waar op dit staat. En in een ander vakje van dit rugzakje zit een papiertje waarop staat wat dit labeltje de school opbrengt aan geld. Of jou als ouder als je een pgb hebt geregeld. Wat en pgb is? Een Persoons Gebonden Budget. Alweer zo ’n mooi woord.
Als deze kinderen koeien waren, liepen ze dus nu rond met een andere kleur oormerk als die gele plastic kleppen die de anderen koeien hebben.

Ik voel zo maar een eenvoudige formule bij me opkomen: labelen is oormerken en oormerken is apart zetten. Onderscheiden en kennen.
Welnu, als je het als kind al druk genoeg hebt met je zelf en je eigen gedrag, is dit wel helemaal iets waar je niet op zit te wachten, lijkt me zo.

Maar wat stond er nu precies in deze enquête?
Eigenlijk moeten we het hebben over de gang van zaken in een gewone basisschool klas mét deze kinderen er in. De genoemde enquête ging over de invloed die labelkinderen (ik moet dit woord maar even volhouden) hebben op de gang van zaken in een groep kinderen.

Het gevolg in de klas.
Wat blijkt? Het gedrag van de andere kinderen wordt mede bepaald door het gedrag van erg drukke en anders reagerende kinderen in een groep. Niks nieuws, zou je kunnen zeggen. Immers, kinderen reageren altijd op elkaar.
Maar het wordt natuurlijk wel wat anders als de rest van de klas, bewust rekening gaat houden met gedrag van adhd kinderen en zichzelf gaat aanpassen. Niemand (ook een kind niet) zit te wachten op dagelijks een driftbui van een adhd klasgenoot of een volkomen onverwachte emotionele situatie.
Het blijkt zelfs dat de andere kinderen drukker worden en meer ruis veroorzaken door de aanwezigheid van de labelkinderen. Alweer, niks nieuws eigenlijk.

Het wordt minder leuk als blijkt dat in elk klaslokaal gemiddeld drie a vier kids zitten die ‘anders’ zijn. In gewone taal: in elke groep van zo ongeveer 25 a 26 kinderen heeft de juf of meester, er 4 0f 5 zitten die gelabeld zijn. Dus bijvoorbeeld twee die adhd hebben, een Asperger kind en een pdd-nos kind of kinderen met een combinatie van dingen (die komen namelijk ook voor, zoals dat ene jochie dat gediagnosticeerd werd als pdd-nos mét adhd).

Het belangrijkste wat uit dit onderzoek naar voren komt is niet dát ze er zijn, dát het zo is, maar het gevólg er van. De juf en meester geven aan dat ze hier eigenlijk niet goed voor opgeleid zijn en niet altijd weten hoe ze hier mee om moeten gaan! Goeiedag, zeg!

Adverteren bij Daisycon
Twee conclusies.
Eigenlijk zijn er twee conclusie uit het onderzoek te halen.
Als eerste: de leerkrachten geven schoorvoetend aan niet altijd goed te weten hoe ze om moeten gaan met de grote hoeveelheid labelkinderen en de verscheidenheid aan problemen.
En als tweede: ze (de juf en meester) maken zich zorgen over de hoeveelheid medicijnen die deze kids elke dag moeten hebben.
De problemen van de leerkracht bekijken we nu. De situatie rond dat medicijngebruik bewaren voor een volgend stukje.

Even een enkele opmerking.
Dát er meer kinderen zijn die officieel te boek staan als ‘dat er iets mee is’, is al vreemd. Zouden we nu werkelijk in vroegere jaren zoveel kinderen over het net hebben laten vliegen? Zo veel kinderen niet opgemerkt hebben als zijnde een persoontje waar wat mee was?

Of mogen we voorzichtig ook zeggen dat deze soort onderzoeken ook enigszins modegevoelig zijn. Hadden onderwijsgevenden een tiental jaar geleden al even vaak gehoord over meneer Asperger uit Wenen?
En over de naar autisme neigende kinderen en volwassenen die het stempeltje dragen met zijn naam er op? Of vonden we die medemensjes gewoon net even anders en gingen we daarna gewoon weer verder met ons leven? En accepteerden we dat dan niet ‘gewoon’.
Nu hebben hele volksstammen het labeltje Asperger…..

Misschien moeten we in de toekomst eens praten over het feit dát er zoveel onderzoek is. Bijna elke week is er ergens wel iemand die iets te vertellen heeft over het onderwijs. Alweer een onderzoek. Soms bevestigt het wat we al lang wisten en krijgt het de status van ‘zie je wel, ‘k wist het wel!’. Soms vraag je af wat het nut van een bepaald onderzoek is.
We onderzoeken nuttige dingen, maar ook de meest onnuttige zaken.

Wie zit te wachten op een nieuw onderzoek over werkdruk in het onderwijs (weten we al vele jaren), over de grote hoeveelheid werk van een directeur (al 30 jaar hetzelfde verhaal), over (jaarlijkse) achterstanden in sommige regio’s. Eens over nadenken.
En al helemaal als ook het volgende rapport en onderzoek (weer) bijgelegd wordt op de stapel van ‘al gelezen’.
Of, nog erger, de stapel van ‘lezen in de vakantie’.

Misschien kunnen we beter eerst werk maken van de conclusies uit eerdere rapporten voor we de stapel weer hoger maken. Misschien zouden we iets rustiger kunnen doen met die onderzoeken.

Misschien zouden we ook eens rustiger aan kunnen doen met die labeltjes op kinderen te plakken…
Ze komen er hun levenlang niet meer vanaf. Het blijkt namelijk (uit onderzoek!) dat jong volwassenen daarmee geparkeerd worden in de garage van hun eigen label. Moeite een baan te vinden, want ….
Moeite een gewoon leven op te bouwen, omdat ze ….
En vervolgens een hele horde helpers om je heen. Leve het label aan je oor.

Een opmerking in het rapport is, dat de juf en meester aangeven eigenlijk onvoldoende kennis te hebben van de extra problemen die deze kids in een groep kunnen meebrengen.
Ja, dat zou wel eens kunnen kloppen. Waar je in een vorige eeuw nog een apart papiertje kon halen als je op het speciaal onderwijs les wilde geven, is deze kennis over kinderen met een speciale aanpak, bij de jongste generatie die voor de klas staat, niet altijd even groot. En dit leidt tot extra werkdruk. Nog meer te regelen in de groep.

En dáár hebben deze onderwijsgevenden nu eens gewoon gelijk in.

Hoe nu verder.
In ons land hebben we er voor gekozen de kinderen die extra zorg nodig hebben gedeeltelijk over te laten aan de gewone basisschool. Mét een extra juf (met beperkte tijd), met nog een extra meester die de plannetjes bedenkt (maar ook geen ijzer met de handjes kan breken).
Maar we hebben de juf en meester in de klaslokalen, niet al te veel extra bagage gegeven. Hun rugzak zat kennelijk al vol toen ze de opleiding afgerond hadden.
Maar misschien niet vol genoeg. Want dan konden ze wél met die labeltjes omgaan. We hebben er ook en vooral niet teveel mankracht aan gespendeerd.

Als je af en toe eens in het buitenland je hoofd door een schooldeur steekt, dan merk je dat er in dat buitenland meer mensen in een groep aanwezig zijn. Als je in die vele buitenlanden een schoolklas binnen loopt, is daar een leerkracht, vaak een klasse assistent en soms nog een aparte juf of meester in opleiding of als assistent die niks anders doet als deze (label)kinderen begeleiden. Gewoon in de groep, in het lokaal.
Dán geef je onderwijsgevende de mogelijkheid iets extra’s te doen. Voor de labelkinderen én de rest van de groep.

Dan zouden onze juf en meester niet hoeven te praten over toenemende werkdruk. Toenemende drukte in de groep door labelkinderen. Drukte die weer leidt tot gedoe in de groep. Teleurgestelde kinderen en ouders.
En dan hebben we het nog niet over ziekteverzuim onder personeel (bijna nergens in de maatschappij is het ziekteverzuim zo hoog als in het onderwijs), voortijdige uitval of, zoals bij veel meesters gebeurt, de zoektocht naar een andere baan. Niet iedereen is op school gelukkig en heeft succeservaringen. Zo blijkt (uit onderzoek!).

Iets te kort door de bocht? Ik dacht het niet! Meesters en juffen worden al meerdere jaren gevraagd iets te doen waar ze niet voor uitgerust zijn. Ze hebben domweg de mogelijkheden niet.
Ze moeten iets doen waar ze maar matig voor opgeleid zijn (omgang met labelkinderen). Waar overigens, de opleidingsscholen ook eens over na zouden moeten denken. Een situatie waarvan een recht lijn loopt naar de grote uitstroom van nog jonge leerkrachten, de ziektecijfers, de onvrede.

En weet je, juf en meester. Het beste wapen in de ‘strijd’ tegen die werkdruk is het volgende:
Vertrouw op je gevoel, je intuïtie. Je hebt gekozen voor het onderwijs. Deze kinderen is niks mee aan de hand. Ze zijn al eeuwen een deel van de wereld waarin we leven.
Het is niet van groot belang er een oormerk aan te hangen. Het is van belang je te realiseren dat alle kinderen zichzelf zijn.
En het is aan jou er mee om te gaan. Je eigen ervaring en kunde, komt niet door die oormerkjes. Die geven op zijn best aan hoe het heet, vaak niet wat je er mee zou moeten doen. Je gevoel helpt je waarschijnlijk meer. Lees je in en benader elk kind als een apart mensje.

Als het al tot iets moet leiden, dan zouden klasse assistenten, onderwijs assistenten en meer huishoudelijk personeel (conciërges) al veel kunnen helpen om het leven van de juf of meester gemakkelijker te maken.

Maar hé, dan ook een deel van je werk en verantwoordelijkheid afstaan en durven delen.

En dat laatste (de controle over je groep delen) gaat juffen en meesters minder gemakkelijk af. Misschien moeten we dát eens een keer onderzoeken….
En misschien moeten we eens ophouden kinderen te labellen omdat dit zo mooi indeelt en dingen duidelijk maakt. Het zegt niets over die kinderen maar alles over de onderzoekers die hier belang bij hebben.

Kinderen zijn kinderen. Elk met hun eigen eigenaardigheden. Al of niet met als achtergrond een bepaalde soort ‘aandoening’. Dat onderzoeken en testen van al die kinderen?
Kinderen een oormerk aannaaien. Ik kan het niet anders zien….




Like This Post ?

RSS Digg Twitter StumbleUpon Delicious Technorati

1 Reactie

  • Renate says:

    Een waarheid als een koe!
    Laten we toch vooral blijven vechten om zo min mogelijk labels aan kinderen te hangen.Inderdaad je gevoel te volgen en de tunnelvisie van de onderzoekers te doorbreken.

Trackbacks en Pingbacks

Wat vind jij? Laat een reactie achter!


Naam (required)

Mail (Wordt niet gepubliceerd) (required)

Website

Reactie