De gestreste crèche.

De gestreste crèche.
Uit recent onderzoek (Esther Albers, orthopedagoge universiteit te Nijmegen), blijkt dat baby’s in de opvang, veel meer stresverschijnselen hebben als baby’s die op dezelfde momenten thuis zijn.
Zorgt de crèche voor stress? Is het zo ’n zenuwen toestand in de opvang van baby’s, peuters en schoolkinderen? Laten we even kijken.

In de crèche.
Uit het onderzoek van mevrouw Albers blijkt dat bij baby’s van 3 maanden bepaalde waarden die op stress wijzen, hoger zijn als de lieftallige kids in een crèche, kinderopvang zijn. Tenminste, als die waarden vergeleken worden met de situatie thuis. Haar eindconclusie is dan ook dat kinderen van nog geen jaar, beter af zijn als ze thuis opgevangen worden en eigenlijk beter niet in een dagopvang kunnen worden ondergebracht.


Enkele verschillen kunnen we al snel herkennen. In een thuissituatie praat moeder (of vader op een pappadag) tegen zijn spruit en is emotioneel betrokken bij zijn/haar eigen kind. Een baby van maar een paar maanden is dan wel geen gesprekspartner voor pappa of mamma, maar andersom wel. Het kind pikt geluiden op, ervaart taal en dat in een omgeving waarvan dit kind tóch merkt dat dit zoiets is als ‘thuis’. Het kind leert ongemerkt al veel. En het lijkt er voorzichtig op dat dit in een setting met vreemden en een niet-thuis omgeving tóch net even ander is.
In een crèche is er een professionele verzorging. De dames (hier zijn nooit pappa dagen met heren verzorgers) hebben wel meer te doen als een licht kinderlijk toontje aan te slaan en opmerkingen te maken als ‘hoe doen wij het vandaag, ja, ja’. Praten doen ze natuurlijk in een opvang echt wel, maar het blijkt uit onderzoek toch anders te zijn.
Kennelijk zijn ook de kleinsten onder ons in staat te merken dat er meer spanning is en dat er meer kinderen te verzorgen zijn. Dat het drukker is, meer lawaai, minder aandacht per kind. Bovendien is de wisseling van de wacht met steeds weer andere verzorgers niet altijd in het voordeel van elk kind.

In de BSO.
Maar nu verder. Het onderzoek beperkte zich tot baby’s. Wij van www.kindnaarschool.nl denken dat die onrust niet goed is. En dat kinderen, ook als ze ouder worden, merken dat zo ’n kinderopvang niet hetzelfde is als thuis. En dat dit doorwerkt bij oudere opvangkinderen.
Een klein voorbeeldje: je hebt als kind vanmiddag in de gang op school toevallig een aanvarinkje gehad met die meester die altijd zo streng is en les geeft in groep 7 (de enige meester in de hele school, want in alle andere groepen zijn alleen maar juffen!). Hij kwam kwaad het lokaal uit omdat je lawaai maakt en bij de deur van zijn lokaal een liedje zong toen je van het toilet kwam en groep 7 net even een dictee had (ja, dat komt nog voor!).
Je vond dat niet leuk! En als je thuis komt, dan ga je even hartgrondig tekeer tegen je moeder (of op die pappapdag, tegen …je snapt het al) over die rotvent. En moeder sust dat wat en komt met wat lekkers aan.



BOEK NU UW VERBLIJF TIJDENS DE ZOMERVAKANTIE 2010 BIJ CENTER PARCS EN PROFITEER VAN DE VROEGBOEKKORTING/KIDSEAT4FREE!

Het lijkt bijna op een tv reclame. En dan is alles weer goed. Maar datzelfde gebeurt niet op een BSO. Immers, vandaag is dat juf Willie en die vind je toch al niet zo aardig. En bovendien vind je dat ze stinkt/ruikt of wat dan ook.
Jij gaat als kind op de BSO niet je hart uitstorten. En dus blijft er iets van frustratie achter in jou als kind. En zo zijn er volop voorbeelden te noemen. Verschillen tussen de beleving en verwerking van dingen als je naar een BSO gaat of naar huis.
Overigens, nu we het even over een toestand hebben die op een tv reclame lijkt. Is het je als leerkracht of ouder wel eens opgevallen, dat zulke situaties nooit neergezet worden in een BSO maar altijd met een veel te jonge en met heel veel aandacht acterende moeder in een veel te grote keuken? Nooit een moeder die thuis werkt en geen tijd heeft, nooit een BSO.

Die BSO zou er daarom wel eens mede de reden van kunnen zijn dat kids moeilijk hun emoties tonen en hun frustraties kwijt kunnen.

Er is meer.
Op een BSO zit de leiding op één ding niet te wachten. En dat is een kind dat zichzelf gaat vermaken met dingen die volwassenen niet kunnen controleren. Of waar volwassenen vanuit hún denkwereld van weten wat daar van komt. En dan denken ze aan weinig goeds. Geen kattenkwaad, geen gedoe, en zeker niet zonder toezicht buiten. Het veld in, het park in, fikkie stoken en streken uithalen.
Gecontroleerd spel en creatieve ontwikkeling op maat. Goed voor het kind (!?).
Het gevolg: afwachtende kinderen die weten dat de BSO juf wel met iets komt. Ze hoeven niet al te veel zelf te bedenken. En al helemaal niets wat tóch nóóit mag.

Volgens ons een verkeerde ontwikkeling. Hoe moeten deze kinderen nu leren uit hun eigen, foute, ervaringen? Om te ontdekken dat spelen met vuur letterlijk en figuurlijk gevaarlijk is, moet je eerst vuurtje mogen stoken. In de échte zin van het woord, of in de figuurlijke zin. Je leert pas dat planken die op je hoofd vallen, pijn doen als je eerst een gammele hut hebt gebouwd.
Je snapt als kind prima dat gevaarlijke trek – en duwspelletjes op en stoep of langs een waterrand, niet slim zijn, als er iemand bijna onder een auto komt of in het water gaat. Maar dan moet je wel de gelegenheid krijgen die dingen eerst eens te doen.

En dat kan niet in de tegenwoordige opzet van de BSO. Arbo-gekeurd ( je kind zou eens iets kunnen overkomen), veilig, met personeel dat weet wat ze moet (hoewel ook daar nog wel iets over te vertellen is) en vooral geen gedoe.

Een oude broek.
In de huidige opzet komt dit gewoon niet goed.
Pleiten wij er voor geen kinderen meer naar een BSO te brengen? Hebben ze daar alleen maar stress? Al vanaf dat ze baby zijn? Welnee.

Wij denken dat er een andere opzet van BSO mogelijk is.
Waar kinderen tóch buiten kunnen spelen (eigen keus) als het regent en waar ze smerig naar binnen kunnen komen zonder angst dat de juf of mamma strak flipt omdat die mooie schoolbroek (duur merk) nu kapot is. Op een BSO is het nu niet helemaal de bedoeling dat je daar een oude broek en trui hebt om buiten te kunnen helpen in de tuin (ook al doe je alles volkomen verkeerd, je leert er wel van).
Een opzet waar ook dingen gebeuren die een volwassene niet bedacht zou hebben. En dan gaan we niet elke keer knutselen met toiletrolletjes en de creativiteit een handje helpen. Sommige kinderen willen gewoon niet creatief zijn. Ze hebben wel wat beters te doen!

Dan accepteren we ook dat een kind zich kan vervelen en daar mee om moet leren gaan. Het recht op vervelen, zogezegd. Zie ook ons artikel over dit onderwerp.
Dan mogen kids ook wel eens ruzie hebben die ‘even’ geregeld moet worden. Rangorde vaststellen zogezegd. Zonder dat de volwassene van dienst alweer handelend optreedt, ons boos toespreekt alsof wij alleen maar kleine kinderen zijn en alles sust. Want onder de oppervlakte blijft het tóch broeien. En morgen op school, dan ….

En dan zal het tijd worden dat op BSO’s zo snel mogelijk niet alleen vrouwen werken. Ook mannen. Waarom? Omdat de invloed van mannen op spel en opvoeding nu eenmaal anders is. Zie je op een BSO wel eens een stuk of zes jongens van dezelfde leeftijd voetballen en de juf doet mee? Nee? Wij dachten het al. Maar dat is wél nodig.

Regelmaat.
En dan nóg een belangrijk onderwerp: zo veel mogelijk dezelfde gezichten in dezelfde groepen. Niet als kind 5 dagen in de week naar een BSO en dan 4 keer een ander tegen komen. Je kunt als volwassen nu wel denken dat er regelmaat in zit omdat immers altijd dezelfde juf op dezelfde dag werkt, maar …
Een kind kijkt niet van maandagmiddag naar maandagmiddag. En herkent op zijn hoogst volgende week dat gezicht en denkt na over hoe die juf ook alweer heet. Dat kind weet alleen dat als jij er vandaag bent als juf, je er morgen niet bent en er iemand anders is.
Maar als jij net gedoe hebt gehad met die strenge meester van in het begin, dan heb je dat verteld (tegen je moeder) en morgen vraagt je moeder of je die meester nog gezien hebt en hoe hij vandaag deed. En dat kan wat moeilijk op een BSO als er elke dag iemand ander is.

Stress op de crèche. Stress op de BSO. Stress in de tijd dat je vrij bent en moet ontspannen, vervelen, een boek lezen, streken uit halen, een spel doet, niet knutselt omdat je daar een hekel aan hebt, met je oude broek aan over de straat ‘schuimt’. Stress als je niet naar school gaat. Dat zullen wel kinderen worden met een kort lontje. Die altijd bezig gehouden moeten worden (want daar raken ze aan gewend) en die weinig binding met thuis hebben.

Een discussie.
Misschien is niet elke kind geschikt voor een kinderopvang. Misschien moet de manier waarop we onze dagen indelen als pappa en mamma en een baan voor beiden, niet alleen is iets te maken hebben met status, hypotheken of een nieuwe auto, maar ook iets te maken hebben met het type kind dat we samen hebben. En misschien moet de dagindeling of weekindeling iets te maken hebben met de manier waarop dit ene kindje opgevoed moet worden. Als je drie kinderen hebt, zijn ze alle drie anders. Je voedt niet alle drie gelijk op. Door je eigen ervaring, maar ook omdat het ene kind het andere kind niet is.

Een ander opzet van de crèche en BSO instellingen zou een begin kunnen zijn van een wat rustigere opvang zonder stress.
Misschien iets om eens over te praten . Binnen de BSO instellingen, de crèches, de scholen. En ook thuis.

Adverteren bij Daisycon

Wat vindt u? Reageer!

XHTML: De volgende tags kunt u gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>