Jouw kind centraal.

Jouw kind centraal.
Het schooljaar nadert snel haar einde. In de meeste scholen is men al een eind op weg met het voorbereiden van het volgende schooljaar. Misschien weet je kind al bij wie het na de zomervakantie in de groep zit, welke juf er voor staat, welk lokaal het wordt, enz. Schoolgidsen worden herschreven. Schoolplannen worden bijgesteld en besproken.
Soms komen er zinvolle opmerkingen uit oudergroepen en de werkers in de school. Meestal is het al snel goed. En praten we wat na over de komma’s, de opbouw van de zinnen e.d. Maar er staan een paar belangrijke aannames in die plannen en gidsen. Over kinderen die centraal staan en over leerplannen.

Happy kids die centraal staan.
Bijna altijd staat ‘het kind’ centraal. Gelukkig maar. Ook het komende schooljaar staat jouw kind weer centraal in de aandacht van de juf en meester. Alles draait om het kind. Niemand die het in het (school)hoofd haalt dit te veranderen en het eens helemaal anders te zien.

Ergens in een krant kwam ik een artikel tegen over de d en t op het einde van een werkwoord. We kennen allemaal de voorbeelden. Van hoe het moet en, soms of vaker, verkeerd gaat.
In dit artikel ging het over een oudere leerkracht. Deze juf van bijna de pensioenleeftijd wist heel zeker dat een collega iets verkeerd had gedaan en vroeg om een verbetering in de notulen van de vergadering. De zin waar het om gaat was: ‘die extra inzet word je niet uitbetaald’. De oudere juf stelde dat er achter het ‘word’ een t moest omdat ‘je’ geen onderwerp van de korte zin was en dus het weglaten van de t fout was.
En, ze had natuurlijk gelijk om aan word een t te willen toevoegen. Omdat die extra inzet onderwerp van e zin is. Een hele soesa en gedoe in het team! Over een d en een t. (Ingezonden artikel, Volkskrant, 29 mei jl).
De jongere collega zat er gewoon even naast en snapte dit zélf niet. De oudere juf werd er op aangekeken dat zo vol hield terwijl ze toch ongelijk had!?

Veel belangrijker dan dit voorvalletje is nu dat er al heel wat leerkrachten voor een klas staan die deze zaak niet onder de knie hebben. Zelf al opgegroeid in een tijd dat het kind belangrijker was dan de leerstof. En nu zélf voor de klas. Niet alles van de leerstof is deze jonge juf bijgebleven. Sommige dingen moeten nog geleerd worden. Overigens niks mee, want ook een beginnende juf kan niet alles direct weten, nietwaar.

De school is een leerinstituut.
Wat heeft dat met het centraal stellen van mijn kind in de school, te maken, hoor ik je als ouder denken.
Het volgende.
Een school is een leerinrichting. Hoe we het ook bekijken en regelen.
Dat een school een instituut is om iets te leren, zullen we wel allemaal met elkaar eens zijn.
Vervolgens kun je de discussie aan gaan over wát er geleerd moet worden, hoe dat geleerd moet worden en door welke kinderen. In de zin van: moeten alle kinderen alles (kunnen) leren of zijn er gradaties en wellicht zelfs meerdere soorten leersstof.


Als het kind centraal staat, betekent dat nog al wat. Niet de methodes en boekjes maken uit wát er geleerd wordt, maar het individuele kind is de graadmeter. Niet wat een inspectie vindt van de school, maar wat de kinderen aan kunnen is dé beslissende factor. Als het kind centraal staat, komt de leerstof altijd op het tweede plan.

Niks mis mee, als je uitgaat van een wereldbeeld dat recht doet aan elke kind. En er voor zorgt dat iedereen goed terecht komt in de maatschappij.

De praktijk.
Maar toch. Is dat wel zo? Een kleine blik in de praktijk van elke dag in een basisschool, vertelt iets anders.
De meeste leerkrachten zijn nog als die oudere juf (het klinkt bijna oneerbiedig haar zo te betitelen). Ze weten wat ze moeten weten. Ze doen moeite om anderen dit bij te brengen. Ze gaan uit van wat er in een bepaald schooljaar geleerd moet worden.
Niet jouw kind staat daarbij centraal, maar dat wat er in dit leerjaar naar binnen geschoven moet worden als intellectuele bagage. En dat naast de andere zaken zoals de creatieve vakken, gymnastiek (en ook dáár geldt de wet van wát er geleerd moet worden aan vaardigheden), omgang met anders denkenden, geschiedenis, aardrijkskunde, enz.

En als een leerkracht dat al niet zélf al zo ziet, dan melden ‘de anderen’ zich wel. Leerkrachten willen weten hoe ze volgend jaar verder moeten als de boekjes niet uit zijn. De vaardigheden niet groot genoeg zijn, het leesproces niet opgeschoten blijkt en zo nog veel meer.
Als ze geen tafels hebben geleerd, wordt straks het voortgezette rekenen al snel een probleem.
Bovenschoolse managers met als takenpakket de inhoud van het onderwijs (wat een prachtige omschrijving van iemand die zich van bovenaf mag bemoeien met wat jij in je school doet), willen weten welke doelstellingen jij als directeur nu had en of je die gehaald hebt.

Doelstellingen, targets, boekjes die uitmoeten, vaardigheden die in een bepaald jaar aangeleerd moeten zijn. Klinkt dit alsof ‘het kind’ central staat of gaat dit in de meeste scholen nog gewoon over de leerstof.

De inspectie hoeft niets te weten en legt de school gewoon langs de meetlat en constateert dan iets. Je school is goed genoeg of niet. En dat gaat niet over individuele kinderen (Jullie hebben wel érg veel zorgkinderen op deze school. Dat is een echte zorg) maar over opbrengsten en status. De status van de school als leerinstituut, wel te verstaan. Niet over individuele kinderen.

Leerstofritme.
In de praktijk staat helemaal niet altijd het kind centraal. De leerstof bepaalt het ritme van de week en het schooljaar. Laat geen leerkracht anders beweren!
Niet wat er úit het kind komt, maar wat er in moet, is de leidraad voor de dag, de week.


Is dat nu eigenlijk erg? Is de praktijk verkeerd? Heeft die juf die zich druk maakt over een collega die die d en t niet goed op plaatst krijgt, ongelijk?
Misschien eens over praten op school.

Het gaat er niet om dat iedereen altijd alles perfect weet over taalregeltjes. Het gaat er niet om dat die juf met veertig jaar ervaring goed zat en de jonge collega niet. Het gaat er om dat de jonge collega eigenlijk die hele soesa onbelangrijk acht en naar het kind kijkt alsof dát de graadmeter is.

Toch een leerbedrijf?
Welnu, misschien moeten we het gewoon eens hardop zeggen: een school is een leerbedrijf. Een inrichting waar de meeste ouders van vinden dat de kids er iets moeten leren waar ze later in de maatschappij iets aan hebben. Hoeveel ouders weten niet precies te vertellen waar hun kind heen moet na groep 8?
Namelijk allemaal naar een stroom en schoolsoort die een goede toekomst voorspelt. En dan ineens heeft dit minder te maken met wat een kind kán en meestal wat meer te maken met wat ouders denken wat een kind zou moeten worden in de wereld! En dat gaat vaak over een overhemd, een witte kraag, een kantoorbaan of een top job.

Misschien moeten we in een school wel die leerstof veel meer in het midden laten staan als we doen voorkomen. Niet alleen het kind staat dan centraal, maar de combinatie van het kind én de leerstof. Want het gáát wel ergens over op een school en dat is niet alleen wat een kind wil of niet wil. Dat is ook een degelijke basiskennis aanbrengen.

Misschien hoeven we helemaal niet het kind met het badwater weg te gooien als we erkennen dat niet het kind (uiteraard jouw kind als ouder, want we lezen allemaal deze woorden vanuit de ik positie) maar ook wat er geleerd moet worden, belangrijk is. En dan passen we dit per kind aan, aan de mogelijkheden.

En erkennen ook dat dát proces van aanpassen op een bepaald moment stopt.
Dat we niet alles kunnen regelen. Maar we zeggen ook dat we leerkrachten hebben die de taalregels goed kunnen toepassen, die alles weten wat ze moeten weten. Zonder orthopedagogie te hebben gestudeerd. En dat ze alles doen voor je kind. Maar, wel binnen de grenzen van wat kan in een basisschool.


Kinderen hebben er geen voordeel van als ze de helft van hun schooltijd in aparte groepjes zitten, in het kamertje van de juf voor de extra leesles zitten, in en klein groepje moeten werken en niet mee kunnen doen met ‘de rest’.
Kinderen plakken elkaar wel degelijk een plaatje op. Dat hoeven wij niet nog eens over te doen.

Een basisschool is om te leren en niet om bij elk kind apart en individueel alles te begrijpen, te bekijken en vervolgens alles aan te passen. Dat is niet goed voor het kind en niet goed voor de school.

In die school werken nog steeds heel veel mensen met veel vakkennis die gewoon vakwerk kunnen leveren met een hele groep en een enkel individueel begeleid kind. De school is geen loterij waar het resultaat afhangt van de vakkennis van de juf.



Nationale Postcode Loterij

En ouders en inspectie vragen altijd naar resultaten.
En als dát de praktijk is, is niet het kind centraal, maar de leerstof. Hoe vervelend dat ook klinkt. Hoe ouderwets sommigen dat ook kunnen vinden.
Gewoon zeggen.

Schoolgidsje herschrijven?
Maar dan ook die schoolgids en jaarprogramma’s herschrijven.
Een voorzetje:
“Bij ons op school staat uw kind in het midden van de belangstelling. Naast de leerstof die wij willen aanbrengen.
Wij willen als school graag een bepaald niveau bereiken. Dat vraagt u als ouder van ons en ook de inspectie neemt op dit gebied ons, als school, de maat. En wij willen uw kind helpen dit niveau te bereiken. Maar we willen ook eerlijk zijn. Niet iedereen kan altijd, evenveel. Uw kind staat in onze belangstelling. En de leerstof ook.”

Dat is nieuwe eerlijkheid.

Adverteren bij Daisycon

Like This Post ?

RSS Digg Twitter StumbleUpon Delicious Technorati

There are no comments yet, add one below.

Wat vind jij? Laat een reactie achter!


Naam (required)

Mail (Wordt niet gepubliceerd) (required)

Website

Reactie