Witte zwanen, zwarte zwanen.
Witte zwanen, zwarte zwanen.
Een oud kinderliedje dat ook bij veel ouders van de basisschoolkinderen van nu, wel bekend is. En mocht dat (meer) zo zijn, dan is hier een deel van de tekst:
Witte zwanen, zwarte zwanen
wie gaat er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten
de sleutel is gebroken.
Is er dan geen timmerman
die de sleutel maken kan?
Sprookjes vertellen.
In scholen moeten juffen sprookjes vertellen, liedjes leren en dansjes aanleren. En één daarvan is het bovenstaande liedje over de zwanen. Laten wij ook ‘even’ een sprookje vertellen.
Er staat op een mooie plaats in het dorp een wit huis. In de vijver bij het witte huis, zwemmen alleen witte zwanen. En dat doen die zwanen prima. Ook hun jonkies leren goed zwemmen en er is verder niks mis mee.
Verderop staat een bont gekleurd huis. Felle kleuren op de kozijnen, een knalrode voordeur en een mooie regenboog op de zijgevel. Ook niks mis mee. En er is ook een vijver. In de vijver zwemmen witte én zwarte zwanen. De jonkies leren zwemmen en hun eten vangen van de ouders. En dat kunnen ze minder goed als de witte zwanen in de witte vijver. Ra, ra, hoe kan dit?
De zwanenmeester.
De zwanenmeester denkt dat hij na lang onderzoek het antwoord weet. In de vijver met witte en zwarte zwanen gaat het leren van allerlei dingen minder goed omdat vooral die zwarte zwanen minder goed leren……
En hij weet het zeker, want hij heeft het lang en goed onderzocht en hij heeft op allerlei plaatsen in de vijver gekeken. Ook in andere dorpen en daar was het ook zo..
Soorten kinderen.
Laten we de sprookjespraat maar even stoppen. Want het onderwerp is te ernstig om er sprookjes over te vertellen.
Volgens onderzoeker Jaap Dronkers zijn gemengde scholen niet goed. Ze presteren slecht. Niet omdat er islamitische kids op zitten of kinderen van Turkse of Marokkaanse ouders, maar alleen al omdat ze gemengd zijn. Volgens zijn onderzoek is het feit dat die scholen gemengd zijn de voornaamste reden van hun mindere niveau. En dan vooral als het gaat om kinderen uit zuid Europa of noord Afrika……..
Je zou bijna gaan zeggen dat scholen met maar één ‘soort’ kinderen het beste is. Witte zwanen in witte vijvers bij witte huizen en de anderen in een gemengde vijver bij een mooi gekleurd huis. Of zelfs liever nog, zwarte zwanen in een aparte vijver bij een apart huis. Misschien wel een zwart huis.
Zag je als ouder in de vorige zin al twee keer het woord ‘apart’ staan? Het betekent dat we een groep afzonderen. Daar kun je een heel systeem op bouwen. In sommige landen bestaat dat ook. Er zijn betere en mindere scholen. En dat komt omdat er betere en mindere zwanen zijn. Apart, hè?
Scholen en scholen.
Wat Dronkers écht bewezen heeft is dat gemengde scholen mindere prestaties opleveren. Het gaat veel te kort door de bocht om de prestaties op te hangen aan de kleur en de afkomst van de kinderen.
Als dit onderzoek gelijk heeft, zou dat moeten betekenen dat ook veel internationale scholen voor in het buitenland wonende landgenoten, slecht presteren. En dat blijkt moeilijk aan te tonen. Integendeel zelfs.
En dat scholen in grensgebieden van provincies ook slecht scoren.
En dat dit iets te maken moet hebben met de achtergrond van de kinderen. En dát is nu precies nog waar ook! Veel scholen in provinciegrensgebieden scoren en presteren slechter dan verderop. En dat komt daar écht niet door de etnische afkomst….
Het heeft in dergelijke regio’s veel meer te maken met een gebrek aan opleiding van ouders en een veel minder hoog verwachtingspatroon. Over wat ouders denken over wat hun kind zou moeten leren en in het leven moet gaan doen.
Als de zwarte zwanen in de vijver waar ook witte zwanen zwemmen, minder goed leren én er ook nog eens voor zorgen dat de andere zwanen minder goed leren zwemmen en eten vangen, dan vertelt ons dit iets over de oudere zwanen die de jonkies iets moeten leren.
Oftewel, de ouders van kinderen op gemengde scholen hebben misschien wel een minder hoog opleidingsniveau en ook minder verwachtingen van hun eigen kinderen. En omdat hun eigen opleiding minder is en hun baan minder geld en inkomen oplevert, wonen ze waar ze wonen. En dát heeft iets te maken met de manier waarop het op school gaat.
De juf en meester.
En dan komt misschien wel de belangrijkste reden.
Wie leert de witte en zwarte zwanen eigenlijk wat ze moeten weten voor hun zwanenleventje?
Juist. Elke school selecteert zijn eigen leerkrachten. Hoe aantrekkelijk is een school om er te gaan werken? Als we daar eens onderzoek naar zouden doen, dan zal blijken dat op scholen die minder goed presteren, ook minder goed personeel werkt.
Een gevaarlijke aanname? Overdreven? Niet aan te tonen?
In een enkel land om ons heen, kunnen schooldirecteuren zelf beslissen over het aanblijven of vertrek van hun personeel. En daar is vervolgens wel degelijk aantoonbaar dat het vervangen van minder sterke leerkrachten door betere juffen en meesters, het niveau van de school omhoog brengt. En als we dan ook nog eens hogere verwachtingen formuleren én die verwachtingen moeten worden waargemaakt, dan zal blijken dat niet die witte en zwarte zwanen uitmaken hoe goed er geleerd wordt, maar de zwanenmeester en zwanenjuf!
Verwachtingen op school.
Elke personeelsstaf op een school formuleert zijn eigen doelstellingen. En verwachtingen. En als die niet al te hoog ingezet worden, zal op voorhand het leerniveau naar beneden gaan. Of in elk geval niet omhoog.
Stel keien van leerkrachten aan op een school die het moeilijk heeft, die minder presteert en het vrijwel zeker dat het leerniveau omhoog gaat.
Misschien moet de juf wel een andere sprookje vertellen en een ander liedje leren. Niet een liedje waarin het beloofde land gesloten is en niemand weet hoe dat verder moet met die kapotte sleutel. Misschien past dit liedje dan beter:
“Op de bibelebonse berg
wonen bibelebonse mensen
en die bibelebonse mensen hebben bibelebonse kinderen
en die bibelebonse kinderen eten bibelebonse pap
met een bibelebonse lepel
uit een bibelebonse nap”
Gewone mensen hebben gewone kinderen. En gewone kinderen zitten op een gewone school. En leren gewone dingen van gewoon heel erg goede juffen en die ene meester. En die zijn gewoon heel erg hard nodig.
De moraal.
Niet de kleur en de afkomst van een kind maken uit of een school goed presteert. Niet de ligging van een school en de verdeling tussen witte en andere kids is het belangrijkste, maar of er goed en gedegen opgeleid personeel is dat in staat is tegen de stroom in te roeien. En in staat is minder hoge verwachtingen om te buigen naar een beter prestatie -en verwachtingspatroon.
Opleidingsscholen zouden kunnen nadenken over de vraag hoe we aan zoveel mogelijk geweldige juffen en meesters kunnen komen. Schoolbestuurders zouden kunnen nadenken over hoe ze die geweldige leerkrachten naar die scholen toe krijgen.
En die kinderen? Ach, dat is net als met die zwanen. Ze leren vanzelf zwemmen. In welke vijver ze ook moeten ronddobberen.
Tot slot: onzin onderzoek naar de verkeerde dingen vraagt om een onzintekst aan het einde. Leuk liedje wel, overigens.
Oose wiese woose
Wiese walla kristalla
Kristoose wiese woose
Wiese wies wies wies wies!
