Written By Ankie de Zwaan. On Aug 08. In School
Wat wil ik voor mijn kind.
De jonge jaren in een leventje zijn een periode van leren voor de rest van je leven. En tegelijkertijd leven. Leren in een groep te leven, leren te accepteren dat dingen wel eens niet gaan zoals je zou willen als kind. Leren dat er leiders en volgers zijn, dat er structuren bestaan. Dat er rollen zijn. Leren accepteren dat je goed kunt leren. Of goed bent in gymnastiek. Of beide. Of, helaas soms, leren accepteren dat je alleen goed kunt voetballen of tekenen.
Welke rol speelt jouw kind en welke rol wil jij dat je kind speelt?
Groepen vormen.
Op een school worden groepen gevormd. Bijna altijd op basis van een leeftijd en de ontwikkeling die daarbij hoort. Alle kinderen moeten binnen die ontwikkeling kunnen groeien. En als dat niet kan moet er iets gebeuren, nietwaar.
Het eerste wat we doen met kinderen die onvoldoende presteren, is het testen wat er aan die onvoldoende prestaties ten grondslag ligt. Is er iets, is mijn kind dyslectisch, heeft mijn kind adhd en meer van die dingen waar ouders zich dan druk over maken. Want als er een plaatje op zit, is het verklaard. Je hoeft je als ouder niet te schamen voor een kind dat niet kan leren omdat er ‘iets’ is. Een gewoon lui kind is erger, tenslotte.
Maar dan? Dan moet de juf of meester er alles aan doen om mijn kind toch op niveau te krijgen. Het lesprogramma moet aangepast. Daar krijgen ze toch geld en tijd voor? Adaptief onderwijs graag. Als mijn kind er aan toe is en uitgedaagd wordt, komt het allemaal wel goed en kan ik straks toch trots zijn op mijn kind.
En als het minder goed gaat?
En als dit niet blijkt te lukken? Gaan we dan weer onderzoeken doen? Op een gemiddelde school met maar 200 leerlingen, zijn mensen soms al zo ‘n 5 tot 6 dagdelen (dus drie hele dagen per week!!) bezig met het testen en regelen van aangepaste programma’s. Die besproken moeten worden met de groepsleerkracht en de ouders en natuurlijk ook met het kind…
En dat nu, is pure tijdverspilling. Als een kind in een groep werkt en niet altijd apart gezet wordt door de gang te moeten maken naar die ene juf in dat kamertje, blijft jouw kind gewoon bij die groep horen. Met alle voordelen en nadelen erbij. En hoe met vooral die nadelen omgegaan wordt, moet niet het verhaal zijn van nog een aparte juf. Dat gaat over het vakmanschap van de persoon voor die groep, in die klas.
Er zullen in elke groep altijd kinderen zijn die beter presteren en zichzelf brengen naar nog betere prestaties. Eerzucht is voor deze kinderen geen vies woord. En heel vaak heeft dit iets te maken met wat kinderen zelf willen (bij onderwijzers heet dit ‘ intrinsieke motivatie’), en de achtergrond van een kind. Stimuleren het beste uit jezelf te halen, beter te kunnen dan je eigenlijk mag verwachten, brengt kinderen tot prestaties.
Op eigen niveau.
Helaas werkt het andersom ook, zoals te verwachten is.
Als kinderen het werk aangeboden krijgen op eigen niveau en in hapklare brokken, zullen ze ongetwijfeld betere prestaties halen. Dat wil zeggen, binnen het verhaaltje van aangepast werk doet jouw kind het ineens wel goed. Maar dan is een 7 als cijfer, alleen maar een 7 voor jouw kind en voor jou als ouder. Daarmee gaat jouw kind straks nog niet naar dezelfde school als die andere zevens.
Het aanpassen van het werk aan het niveau en tempo van het kind, wordt steeds vaker gedaan om minder presterende kinderen te kunnen helpen. En is eenvoudigweg gewoon fout!
Het geeft schijnveiligheid, het brengt het gevoel wel degelijk mee te kunnen.
Adaptief of acceptatie.
Adaptief werken is nergens goed voor en daagt niet uit. Het brengt het kind niet op het idee het beste uit zichzelf te halen. Het enige waar het goed voor is, is het gevoel bij het kind het óók te kunnen.
Leren te accepteren dat er betere leerders zijn en mindere leerders zijn is waarschijnlijk voor de rest van het leven van het kind veel waardevoller. Er zijn tenslotte ook betere en minder goede muzikanten en voetballers in het leven. Het hele maatschappelijke bestel is zo ingericht!
Maar ook die leerkracht van jouw kind, komt aan de beurt.
De juf of meester kan wel mooi beloven alle aandacht voor het kind te hebben, maar met dertig kinderen is een groep is extra aandacht voor elke kind dat op eigen niveau werkt gewoonweg niet mogelijk.
Overigens, als recent onderzoek gelijk heeft, zitten er tussen elke 30 kinderen in een groep al snel 2 a 3 mindere leerders. Op een goede of betere school. Op een zwakkere school worden dit al snel een stuk of 5.
En dan kan de juf of meester wel wat roepen, maar in de koffiekamer is de klacht der klachten tóch wel vaak dat zoveel extra aandacht voor een enkel kind, gewoon niet kan.
Wat wil jij als ouder? Een kind dat zichzelf uitdaagt op een gebied waar hij of zij goed in is en ook op het terrein waar dat net niet zo is? Of een kind dat mooi mee hobbelt en prima presteert. Op het aangepast niveau dan wel.
Wat wil jij als ouder?
Je kind voor de gek houden en dan met een klap de wereld van het voortgezet onderwijs in gegooid worden? Adaptief onderwijs levert zwakkere kinderen het motief om op hun eigen niveau, nog onder dat niveau te presteren. En helaas heeft onderzoek ook al uitgewezen dat dan ook nog gebeurt!
Het heeft waarschijnlijk veel te maken met motivatie, leergierigheid en de omgeving. Als een kind leert door te bijten en ergens voor te gaan, levert dat betere prestaties op als accepteren dat iets ‘op eigen niveau’ moet.
Knokken en elke weer weer moeten, levert kinderen in elk geval het vermogen op tot door zetten en er voor gaan. In de groep. Niet apart. Niks eigen niveau.












There are no comments yet, add one below.