Basisonderwijs op weg naar de afgrond?

Basisonderwijs op weg naar de afgrond?

Laten we maar gelijk met de deur in huis vallen. Want die deur hangt toch al scheef in de hengsels, nietwaar.

Aan het huis van de basisschool is namelijk de laatste tijd nogal veel achterstallig onderhoud. Een bouwvallig en krakkemikkig huis. Al die bouwvakkers die langs komen om hun steentje bij te dragen, zijn wijsneuzen zonder verstand van het basisonderwijs. Een heel leger deskundigen dat altijd wee hoe het ‘anders’ en vooral ‘beter’ moet.

De kinderen.

Velen denken dat het onderwijs minder wordt door al die zorgleerlingen, al die vergaderingen en al dat veranderen en moderniseren. Daar over heen komen al die ouders die niet komen vragen hoe het gaat met hun kind, maar altijd direct verhaal komen halen over gebeurtenissen. Het wordt steeds erger.

De leerkracht.

Laten we naar verhaal van de leerkrachten kijken.

Eerst hadden we gedegen opgeleide mensen voor de klas die ook het slimste kind wel een flinke les voor konden blijven. Vervolgens kregen we nieuwe collega’s in de basisschool die alle vakken moesten geven maar van sommigen dingen geen snars snapten, de kinderen één les voor konden blijven en alleen een boekje (lees: de methode) volgden. Biologie komt dan uit een boekje en bij aardrijkskunde ben je als kind beter af als je iets zelf kunt vinden en niet aan de juf hoeft te vragen.

Vervolgens kwam er een heel leger deskundigen dat moeilijke kinderen en probleemgevallen ging bijspijkeren en helpen. Het gevolg: er staan op sommige basisscholen bijna net zo veel mensen niet voor de groep als wel!

De nieuwe meesters.

Toen kwam de klad er pas echt in.  Er zijn geen jonge mensen meer die het basisonderwijs in willen! En die tijdelijke opleving van nu is snel voorbij als de economie weer aantrekt!

Als jongedame die het onderwijs in wil, moet je al sterk in je schoenen staan om te melden dat je naar de pabo wilt om juf te worden. De meeste gebruikte woorden zijn dan ‘gezellig, leuk en met kinderen willen werken’.

Maar de barre werkelijkheid is vervolgens dat je snel door een boekje heen moet, een toets moet afnemen en moet verantwoorden waarom er in jouw klas kinderen achter blijven. Als je niet op past ligt het niet aan de mogelijkheden van de kinderen, maar aan jou.

De juf is zwak. En, heel eerlijk, soms is dat ook het geval. Juffen die huilend voor een groep uitlopen en klagend bij een directeur in een stoel neerzakken. Omdat er twee of drie de boel op stelten hebben gezet!

Als jongen van achttien ben je helemaal een merkwaardig product als je in het onderwijs wilt. Er mankeert je wat of je bent al een watje. Wie wil er nu voor de klas staan als hij ook in vrijetijdsmanagement kan werken of ‘iets met computers’ kan doen? Niet voor niets zijn er nu al hele scholen waar alleen de conciërge nog een ‘herentoilet’ gebruikt.

Het tussentijdse vertrek.

Het wordt steeds minder leuk.

Inmiddels weten we dat de uitstroom (ja heet dat in het onderwijs echt) enorm is.

Jonge mensen die soms vier a vijf jaar op een aanstelling moeten wachten. Door het bovenschoolse management van de ene naar de andere school gestuurd worden. Het minder prettige invalwerk doen en overal hun stinkende best doen. Maar zonder vooruitzichten op een vaste baan!

Totdat er via een vriend of kennis ergens anders een baan is. In een winkel of op een kantoor. Dan gaan ze met pijn in het hart, weg. Voor een vrijwel gelijk salaris en de boodschap dat ze dáár wel een vaste betrekking krijgen.

De oude meesters.

Het kan nóg erger.

We moeten allemaal langer ‘aan de bak’. Niet meer halverwege de zeventig met pensioen. Tot 67 jaar werken. Laten we elkaar niet voor de gek houden. Wat een onzin! Er zijn helmaal geen onderwijsgevenden die tot hun 65e voor een klas staan.

Ervaring mee? Ja hoor. Na vele, vele jaren heb ik maar 3 collega’s gezien van in de 60 die nog met plezier in een groep konden werken.

De anderen waren kapot gedraaid, stuk gemaakt of gewoon toe aan een tandje lager. En met moeite dit dan twee of drie dagen kunnen volhouden. Als vervolgens de 62e verjaardag komt zo snel mogelijk naar huis. Fietsen en bijkomen van een arbeidzaam leven dat ook lang genoeg geduurd heeft.

Gek hè, de politie en brandweer mag op tijd naar huis. In het leger geldt dit ook. Maar voor meesters en juffen (elke dag in de frontlinie) niet!

De directeuren.

Kapot gedraaide directeuren zijn er al wat langer. Door de inspectie verteld hoe slecht hun school is. Door het bovenschoolse management van alle kanten hulp aangeboden. Zo lang je maar doet wat ze willen en die school weer op de poten komt. Of dat met de directeur goed komt of niet….

Wie helpt hen? Als ze een carrière lang zich elke dag en avond uitgesloofd hebben voor ‘hun’ school?

De eind vijftigers voor de klas.

Ook kapot gedraaide meesters en juffen staan inmiddels in de kou. Na 35 of bijna 40 jaar voor een klas, krijg je te horen dat de school ‘zwak’ is en dat er bij jou in de groep van alles minder goed gaat. Binnen de kortste keren krijg je hulp aangeboden en worden er verbeteringen voorgesteld. Jij kijkt als leerkracht ineens naar je eigen collega’s en de kinderen alsof je naar marsmannetjes kijkt.

Je raakt over je toeren, over je testen en toetsen heen. Je bent moe. Je kunt even niet meer vooruit. En in de vakantie klap je helemaal in elkaar.

Je kunt je nog maar moeilijk opladen. Je laatste paar jaren, die er aan staan te komen, worden een martelgang en een vermoeiende toestand. Die halverwege stuk loopt.

Na de jongere collega’s die er voortijdig uitstappen, blijken er ook steeds meer ouderen te zijn die het niet meer leuk vinden, die kapot gedraaid en verbitterd thuis raken. Soms zelfs depressief zijn. In een enkel geval zo ontgoocheld zijn dat ze gewoon niet meer verder kunnen.

Het onderwijs heeft geen last van moeilijke kinderen want die waren er altijd al. Ze werden in de loop van de jaren alleen anders benoemd.

Het onderwijs gaat misschien ook wel niet stuk aan minder goed opgeleide collega’s. Want alles is te leren. Dus ook voldoende kennis komt dan wel.

Misschien gaat het onderwijs zelfs niet kapot aan de deskundigen die het huis van het onderwijs alweer van een nieuw verfje willen voorzien. Maar niet in de gaten hebben dat het kozijnhout zelf verrot is.

Zelfdestructie.

Het basisonderwijs gaat kapot aan zichzelf. Aan de manier waarop we met elkaar om gaan. Aan de manier waarop de mensen voor de groep ondergeschikt zijn gemaakt aan de resultaten. Niet het vakmanschap om ook een moeilijk lerend kind toch iets te leren is maatgevend, maar de resultaten van je groep op de toets!

De afgrond.

Politici zouden nu eens moeten zeggen dat genoeg, genoeg is. De beste minister is die minister die nu eens gaat zeggen dat we het onderwijs terug gaan geven aan de mensen voor de groep. Met een salaris waar je als beginnende meester of juf ook trots op wilt zijn. De beste deskundigen zijn die experts die nu weg blijven en iets anders gaan doen.

De ouderen meesters en juffen moeten de gelegenheid krijgen hun ervaring en kennis over te brengen. En niet als afgebrand hout naar die fietstocht op de Veluwe geduwd te worden.

Rust is heilzaam. Niet alleen voor depressieve collega’s die zich kapot gemaakt voelen, maar voor het hele onderwijs.

Als je naar de afgrond kijkt, staart die lege ruimte ook terug. Een variant op Nietzsche. Er zijn genoeg meesters en juffen stuk gedraaid.

Like This Post ?

RSS Digg Twitter StumbleUpon Delicious Technorati

There are no comments yet, add one below.

Wat vind jij? Laat een reactie achter!


Naam (required)

Mail (Wordt niet gepubliceerd) (required)

Website

Reactie