Written By Peter van der Naald. On May 03. In Voorlezen
Fixie en Faxie en het stoplicht.
Eindelijk is het zomervakantie. De baas heeft vrij. Hij hoeft niet te werken.
De baas werkt op een kantoor. Wat doet hij daar? Hij regelt dingen, maakt briefjes en zorgt er voor dat andere mensen geld krijgen om een huis te kunnen kopen.
Naar het huisje.
Maar nu heeft de baas vrij. En Fixie en Faxie zijn met de baas op vakantie.
Samen lekker in de auto naar een klein huisje vlak bij een berg. Een hele lange autorit. Waf, waf, waf zegt Fixie en denkt ‘wat duurt dit lang’.
Maar eindelijk komen ze bij het huisje. Fixie en Faxie moeten eerst plassen en lopen naar de bomen die langs de rand van de tuin staan. Fixie en Faxie plassen tegen de bomen. Dat doen mannetjes honden altijd. Daarmee laten ze een geurtje achter zodat andere honden weten wie er woont.
Als Fixie en Faxie ’s avonds met de baas gaan wandelen, komen ze op een drukke weg. Daar moeten ze aan de riem.
Na een tijdje komen ze op een groot weiland midden in het bos op de heuvel achter het huisje.
Daar mogen Fixie en Faxie spelen en los lopen. Ze rennen over het grasveld met bloemen en springen over een sloot. Waf, waf, woef zegt Fixie. En rent nog verder door. Faxie blijft bij de sloot staan.
Bij het stoplicht.
Als de baas op zijn vingers fluit komen Fixie en Faxie weer terug rennen.
Ze lopen een andere weg terug naar het huisje. Een weg die minder druk is en waar Fixie en Faxie los mogen lopen.
Dan komen ze op een kruispunt. Op het kruispunt staan stoplichten. Net als in de buurt waar ze wonen.
Fixie en Faxie blijven netjes bij de baas wachten als de baas zegt dat ze moeten stoppen. Daarom zal het wel een stoplicht heten, denkt Faxie.
Maar wat ziet Fixie daar aan de overkant? In het weiland aan de overkant rent een haas snel weg. De haas heeft de honden al lang gezien en is bang. En Fixie wil wel even achter de haas aanrennen. Hij springt zomaar de weg op. Op weg naar de overkant. Achter de haas aan.
Maar Fixie heeft niet goed uitgekeken. Aan de ene kant van de weg komt een bus aan rijden. Een bus die langzaam rijdt omdat er zojuist iemand ingestapt is. Maar aan de andere kant komt een man aan op met een raar autootje. Het autootje heeft twee wielen aan de achterkant en voor maar één. De achterkant is een grote bak waar spullen op kunnen liggen.
De man in het autootje kijkt net naar de zijkant bij het stoplicht en ziet Fixie niet.
Hij rijdt rustig verder.
Dan kijkt hij weer voor zich en zie ineens een hond! De man van het autootje schrikt en remt.
Fixie schrikt ook van her rare autootje en rent snel. Heel snel. Fixie kan nog maar net voor het wiel van de auto wegspringen.
Faxie schrikt ook en blaft. Woef, waf, woef.
Als de man in de auto uitstapt, heeft hij een rode kleur. Zijn hele hoofd lijkt wel een tomaat. Hij heeft zweetdruppeltjes op zijn hoofd. Hij veegt met een grote rode zakdoek zijn hoofd droog.
En hij praat tegen de baas. Met rare woorden en in een taal die Fixie en Faxie niet begrijpen.
Dat komt omdat ze in een ander land zijn. Het huisje staat ver weg en in andere landen praten mensen soms andere talen.
Maar de baas snapt de man wel.
Gelukkig maar.
De baas roept Fixie niet terug, maar zegt dat hij aan de andere kant moet wachten. Samen met de man van het autootje en de baas loopt Faxie naar de overkant.
Daar kijkt Fixie heel bang en ook geschrokken.
Gelukkig krijgt hij van de man een aai over zijn kop. En van de baas een paar boze woorden. Maar Faxie kan horen dat de baas niet echt boos is. Wel geschrokken. Daar had Fixie bijna zomaar onder zo ’n autootje met drie wielen gezeten!
De baas wil naar het vakantiehuisje terug lopen.
Maar de man van het autootje weet iets beters. Hij tilt Fixie en Faxie in de grote open bak. En de baas kan nog net naast de man zitten als ze voor instappen.
Ze rijden samen naar het huisje.
Daar drinken de mannen een kopje koffie. Fixie en Faxie liggen alweer in hun mand. Dan komt niet de baas, maar de man met het rode hoofd naar Fixie en Faxie toe.
En ze krijgen beide een lekker stukje worst.
Nu kan de man wel woorden spreken die ze kunnen verstaan. Hij zegt: altijd uitkijken als je oversteekt. Want voor je het weet zit je onder een autootje. En ook autootjes met maar één wiel aan de voorkant doen pijn als je er onder komt.
Fixie en Faxie blaffen blij en eten hun stukje worst op.












There are no comments yet, add one below.