Cito, schandvlek voor het basisonderwijs.

Cito, schandvlek voor het basisonderwijs.

Medicijnen bedenken.

Soms worden medicijnen of ander producten min of meer toevallig een succes.

Ze worden voor een bepaalde aandoening bedacht en vervolgens komt een lobby op gang om het gebruik te organiseren. Letterlijk en figuurlijk iets te organiseren. Het beschikbaar zijn van een middel, organiseert zijn eigen vraag, dus. Viagra is uitgevonden als een middel bij bepaalde hartklachten. Het bleek ook oudere heren uitstekend te kunnen helpen aan plezierige bedmomenten. Na slechts vijftien a zestien jaar zijn we vrijwel vergeten dat Viagra een bedrijfsnaam is en voor hartpatiënten bedoeld was. Ook Ritalin, dat je adhd-ende buurjongetje slikt, is al bijna veertig jaar geleden bedacht. En wel voor slaapstoornissen!

Fabrikanten zetten een leger ‘deskundigen’ in die de nieuwe markt gaan bewerken en zorgen voor een heel nieuw afzetgebied. Of dacht jij nog dat het pilletje voor adhd bedacht werd toen we ineens allerlei drukke kinderen bleken te hebben? Die kinderen zijn namelijk niet anders als vroeger. Maar wel aan ‘de pil’ die hun rustig maakt.

Toetsen bedenken.

Zo ook het cito. Het cito maakt toetsen. Heel het basisonderwijs zucht, kreunt en steunt onder de toetsen. En bijna alles komt van het cito in Arnhem. Een service instelling waar ‘deskundigen’ zich buigen over het maken van nieuw testmateriaal.

Nee, niet de werkers in de basisschool zijn de doelgroep en gesprekspartner van het cito. Nee, die mensen in de basisschoolklas moeten de toets alleen maar afnemen.

Om er voor te zorgen dat jouw product een markt kan veroveren moet je je als instituut richten tot de mensen met beslissingsbevoegdheid. Ambtenaren op een ministerie, medewerkers van de inspectie en makers van methodemateriaal.

Het gevolg?

De basisschool zucht en kreunt inmiddels onder verplichte toetsen waar ze niet om gevraagd heeft. Maar als je als directeur en personeel ener basisschool denkt dat die toetsen vrijblijvend zijn, want je kunt ook niet toetsen, dan heb je het verkeerd begrepen.

De inspectie hecht zo veel waarde aan een cito toets en een dito advies dat je als school al snel betiteld wordt als ‘zwak’ of zelfs ‘zeer zwak’ als je alleen maar wilt opvoeden en onderwijzen. Niet gemeten volgens de toets, is niet goed genoeg. En dan zijn de rapen gaar.

Of het nu uit de koker van de inspectie komt of ingefluisterd is door het instituut dat de toetsen maakt, de toetsresultaten van een school zijn openbaar en op het internet beschikbaar.

Zelf denken.

Veel werkers in basisscholen denken nog dat een bepaald onderwijssysteem belangrijk is en iets zegt over de manier waarop er opgevoed wordt.

Een Daltonschool met de ideeën van de Amerikaanse pedagoge Helen Parkhurst, een Montessorischool met de gedachtes van de Italiaanse Maria Montessori? Een Jenaplanschool met de uitwerkingen van de Duitse pedagoog Peter Petersen, het maakt niets uit! Niet de manier waarop we kinderen iets leren, maar enkel en alleen wat we ze leren en kunnen toetsen is straks belangrijk. Niet houding en manier van doen, maar meetbare resultaten in feiten en weten.

Aan het einde van de rit worden alle basisschoolkinderen langs dezelfde meetlat gelegd en wordt er gewogen. Niet de kinderen, maar de school ligt dan op de weegschaal! En wee als je onder de maat zakt!

Niet de manier waarop je als ouder opvoedt of hoe men op een school les geeft en kinderen wil ontwikkelen is dus voor de overheid belangrijk, maar het resultaat. De ‘deskundigen’ van het cito hebben daarmee het onderwijs opnieuw uitgevonden en voorzien van strakke regels. De toets als heilige graal.

Hoe bedenk je het.

Was het nu zo dat de werkers in de klas al die testen samen met de inspectie hadden bedacht, dan was het cito het servicebureau geweest dat de vragen vanuit het werkveld had beluisterd en vervolgens aan het werk was gegaan.

Maar het wekt sterk de indruk dat het is gegaan zoals bij die medicijnen. De verkoopproducten maken we zelf en nu moet er een afzetgebied komen. Niet de gebruiker is degene die bewerkt moet worden om dit product te gebruiken, maar de beslissers bij het ministerie, de inspectie en de makers van methodemateriaal.

Toekomstgedachtes.

Het wordt tijd dat het onderwijs terug wordt gegeven aan de werkers in de school en aan denkers die een systeem uitdokteren. De mensen die als uitgangspunt het opvoeden en onderwijzen hebben. Niet de mensen die toetsen moeten ontwikkelen of verkopen als triest makende organiseerders van hoe de lessen moeten worden inrichten. Een toets is slechts de manier waarop gekeken wordt of en hoe het onderwijs aangeslagen is.

Als je als service-instituut doelen vaststelt en de manier waarop niet meer belangrijk vindt, dan wordt de school een kweekkas. Een klas wordt een stamplokaal. Een onderwijzer, een lesboer. Een directeur is geen bevlogen inspirator meer die denkt over onderwijs, maar een boekhouder die korting wil op de aankoop van de …. toets!

De echte denkers.

Voorstelletje: gooi de komende weken die toetsen maar eens in de kast. Of beter nog, in de container met oud papier. Misschien zijn er zelfs scholen die durven over te gaan tot een openbare boekverbranding!

Het onderwijs moet terug naar denkers over onderwijs en de uitvoerders van de lessen. Misschien heeft het onderwijs meer aan de ideeën van de al genoemde onderwijsdenkers. Aan de gedachtes van Luc Stevens, Robert Marzano of David Hopkins.

De invloed van het CITO op de gang van zaken in een basisschoolklas is een schandvlek voor de basisschool…..

Maar de enigen die hier iets aan kunnen veranderen, zijn de werkers in die school zelf! Toch maar een vreugdevuurtje op het schoolplein als afsluiting van het schooljaar?

Like This Post ?

RSS Digg Twitter StumbleUpon Delicious Technorati

There are no comments yet, add one below.

Wat vind jij? Laat een reactie achter!


Naam (required)

Mail (Wordt niet gepubliceerd) (required)

Website

Reactie