Written By Willem Stokroos. On Sep 12. In Opinie
Nachtuilen.
De scholen zijn weer begonnen. Iedereen doet weer ‘normaal’.
Nieuwe leerlingen, soms nieuwe leerkrachten, een nieuwe groep acht en enkele nieuwe kinderen in groep 1.De vakantie was zoals altijd lang genoeg of te kort.
De juf is uitgerust en de kinderen ook. Of niet, ook zoals altijd. Omdat er wat was, de tent lekte, de auto kapot ging of pappa en mamma ruzie maakten op de camping of in het zomerhuisje.
Campinglawaai.
Op de camping was er altijd wel iemand die je hoorde praten, snuiven, huilen of een ander soort lawaai. En dat hoort er bij. Dat zijn campinggeluiden.
Er werd gezongen bij het zwembadje, gedanst en gesport. En zelfs de kinderen die op school nooit meedoen, vonden het prima en deden ‘gek’. Ze voetbalden mee al konden ze er niks van. Ze dansten ’s avonds bij de ‘disco’ op het campingpleintje. Het leek nergens op, maar was erg leuk. Gewoon, leuk.
Campinglawaai is ook zo anders als thuis of op school.
Schoolse stilte.
Op een school is alles altijd heel anders. Daar praat je alleen als je iets mag zeggen. Of als je je niet kunt beheersen en tegen
iedereen aanpraat om je verhaal kwijt te kunnen.
De stilte van een school is soms nuttig. Vaak vooral angstig. De stiltes hebben te maken met het afwachten op wat er komen gaat. Immers er is een juf of meester en die vertelt je wat je mag of moet.
En als je niet snel genoeg luistert (lees: doet wat er gezegd wordt) dan is er al snel een probleem. Vooral als je je ‘anders’ gedraagt en de juf daar net zo goed mee om kan gaan.
De stilte van het komende jaar kan wel eens de stilte zijn van het einde van spontaan gedrag in de school. Zowel van de kinderen als van het personeel.
De touwtjes worden strakker getrokken. Leerkrachten kunnen wel wat willen, maar het alom vallende woord zal zijn: de toets. Of het nu een CITO of een andere toets wordt. Het gaat er om dat de school voldoende oplevert in opbrengsten. Of de toets de school een kengetal kan geven waardoor de school goed is. Of in elk geval niet slecht.
In het koor zingen.
Kinderen moeten zich ontwikkelen. Maar vooral binnen de lijntjes kleuren, binnen het uitgezette stramien zitten. In het koor zingen en geen eigen lijn willen volgen. Geen solozang willen hebben. Solozang wordt niet altijd gewaardeerd. Eigenlijk nooit. Want het is oncontroleerbaar. En daar kunnen meesters en juffen niet altijd goed tegen.
Slecht voor het kind? Nee, slecht voor de school.
Immers wat buiten de lijntjes valt is niet goed voor de naam van de school.
Een liedje dat we al kennen? Nee, er wordt op de school al lang niet meer gezongen. Waar loop je nu een school binnen en hoor je zomaar een groep kinderen een half uurtje zingen dat het een lieve lust is. Declameren, woordkunstjes, zingen, muziek. Of ben je als oudere al vergeten dat we dit vroeger wel deden op school?
De stilte die het lawaai verdrijft zou wel eens de stilte van de ‘dode school’ kunnen worden.
De school die keurig binnen de regeltjes opereert en waar de kinderen inderdaad in figuurlijke zin ‘binnen de lijntjes kleuren’.
Schoollawaai.
De school moet weer uitbarsten in lawaai. In gezang. In de spontaan aangeheven zang waarbij kinderen vrolijk kijken en blij zijn. Een school die kinderen dwingt tot stilte en alles ernstig neemt is een school die de kinderen voorbereid op het vervolgonderwijs.
Dat is toch ook de taak van een school, hoor ik je als ouder, zeggen.
Nee, nee, nee.
Een school moet kinderen leren om te gaan met het leven. Voorbereiden op morgen. En geen dag verder kijken. Verder niks. Een kind wordt vanzelf wel groot. Schilder of chirurg. Veel ouders kijken terug en weten dat ze op hun 12e ook niet wisten wat ze vandaag zouden doen.
Laat je niks wijs maken. Een school vertelt niets over wat een kind zal gaan doen in deze wereld.
Het vervelende en altijd dwars liggende jochie dat nooit zin in had in zwemmen of gymnastiek werd later huisarts.
De teksten (ver)prutsende tekeningen makende knoeier is later journalist geworden. De altijd knutselende doener werd eerst onderwijzer en later toch maar beeldend kunstenaar.
Een eigen lied zingen.
Een kind kan zelf wel leren rekenen, schrijven en aan taalontwikkeling doen. Als de voorhoede van onze wereld alleen maar leert te doen wat er gedaan moet worden voor de toets, dan hebben we er dus niks van begrepen.
Overigens, in landen om ons heen waar kinderen volgzaam hun lesje leren, stil zijn en doen wat er gedaan moet worden, zijn de onderwijsresultaten toch ook weer niet zo verschrikkelijk goed.
Ons kind moet zichzelf kunnen zijn. Moet leren om te gaan met regels, met andere mensen, met verschillen. Moet leren een mening te vormen. Te praten en te zingen.
Wat is een kleuter die sip kijkend de school uitkomt, opgeschoten met die dag? En wat hield de dag in van die kleuter die zingend naast de juf loopt en vrolijk huppelend naar huis loopt naast de oppas of moeder? Nee, niet naar de achterdeur van de auto van oma!
Nachtuilen.
De stille school voor jouw kind? Leve de lawaaischool!
In de bomen naast ons huis zitten uilen. En die zijn overdag stil. En ’s nachts word ik wel eens wakker van hun schrille kreten. Zouden die uilen verkeerd ontwikkelen? Ze maken lawaai op het verkeerde moment. Dat kan nooit goed zijn!
Laat het lawaai van de camping nog maar even voortduren en de kinderen hun lied zingen.
Geen stilte, geen toets, geen keurslijf.
Ontwikkelen, zingen, praten. Blije kinderen die niet in het keurslijf van pappa en mamma (alles beter als straks naar het Lwoo) en de meester (als onze school maar niet als slecht bestempeld wordt) worden vanzelf evenwichtige kinderen.
Laat het lied van het leven horen!












There are no comments yet, add one below.